De motor achter gewoontepatronen


Gewoontepatronen

Wij willen sommige dingen graag anders, maar waarom gebeurd er soms niets of veranderd er maar weinig en lijken we in cirkels rond te lopen. Voordat verandering kan beginnen is het belangrijk om in kaart te brengen wat en welk patroon daar achter zit of daarbij hoort. Menselijk gedrag verloopt vaak in deze volgorde. We voelen eerst dat er iets niet klopt. Vaak zitten we ergens in vast. We voelen het wel, maar weten nog niet wat te doen. Vaak willen we daar niet mee dealen en geven iets buiten ons zelf de schuld. We gaan onszelf iets wijs maken en slapen rustig verder. Kortom we zouden wel verandering willen maar weten niet goed wat te veranderen en vooral aan onszelf te veranderen.


Het vastlopen zelf kan zo’n ingesleten patroon zijn. Dit ingesleten patroon vormt een onbewuste gewoonte in ons leven, een gewoontepatroon. Een gewoonte patroon is een automatisch verlopende reactie of maatregel die in gang wordt gezet door een bepaalde aanleiding. Elk patroon bestaat uit een aaneenschakeling van gedachten, gevoelens en gedrag. De kern van een gewoontepatroon is het verloop van dezelfde reactie of het nemen van telkens dezelfde maatregel. Of het niet nemen van een maatregel of beslissing. De maatregel om iets niet te hoeven, om pijnlijke gevoelens niet te hoeven voelen. Bijvoorbeeld afleiding zoeken of extra je best doen als reactie op een vervelende situatie.

Zo’n patroon kun je in kaart brengen met behulp van zelfonderzoek en vragen stellen aan je mind
Wat was de situatie of aanleiding?
Welke gedachtes horen daarbij?
Welke gevoelens horen daarbij?
Welke lichamelijke gewaarwordingen horen daarbij?

Wij willen het gewoontepatroon eerst begrijpen en onderzoeken, daarna kunnen we pas veranderen.

Als je je gewoonte patroon dat je wilt veranderen in kaart gebracht hebt kun je de achterliggende leefregels en ik-ben opvattingen helder proberen te krijgen. Ik-ben opvattingen zijn onze identiteiten, zoals ik ben een vrouw, moeder, dokter etc

Leefregels

Leefregels zijn korte instructies over hoe je moet denken en doen in bepaalde omstandigheden. Zoals bijvoorbeeld verkeersregels. In de yoga noemen we deze leefregels sutra’s. Deze Leefregels zijn goed en nuttig zoals bijvoorbeeld geweldloos- en waarheidsgetrouw handelen. Ookwel Ahimsa en Satya. Het zijn nuttige leefregels.

Als een leefregel je niet meer dient of nuttig voor je is, kan het een beperking voor je worden of je zelfs geweld aan doen. Dit noemen we dan een beperkende leefregel.

Beperkende leefregels zijn bijvoorbeeld oude leefregels die je vroeger in je kindertijd hebt aangeleerd. Wees aardig, behulpzaam etc. kan zo’n oudere leefregel zijn van vroeger zoals je bent opgevoed. Zo’n oude leefregel is vaak te herkennen aan een handeling of gedachte zonder daarover na te denken. Wees aardig en behulpzaam kan dan een beperkende leefregel worden waarmee je jezelf geweld aan doet. Bijvoorbeeld: collega’s doen een beroep op je hulp terwijl je je eigen werk nauwelijks aankunt. Aardig en behulpzaam zijn, en er nog een taak van je collega bijnemen omdat je bang bent dat ze je niet aardig vinden, is niet wenselijk in die situatie, het helpt je niet want je dreigt overwerkt te raken.

Een beperkende leefregel kan in een bepaalde periode van je leven een bepaald doel gediend hebben. Een kind kan bijvoorbeeld geleerd hebben zich niet te uiten omdat daar geen belangstelling voor was van de ouders of omdat het hebben van een eigen, afwijkende mening altijd afkeuring tot gevolg had. Dit leidt uiteindelijk tot de beperkende leefregel zoals: Uit je mening/gevoelens niet want dan word je afgewezen. Of: Uit je mening/gevoelens niet want je doet er niet toe.

Beperkende leefregels zijn dwingende instructies die je als het ware aan je zelf geeft over hoe je moet handelen in bepaalde situaties, bijvoorbeeld: Laat je gevoelens niet zien. Deze leefregels vormen de ‘motor’ achter je gewoontepatroon. Het is goed om die leefregels te leren herkennen zodat je sneller in de gaten krijgt dat je reageert vanuit een gewoontepatroon. Bovendien ontstaat in het opmerken van een beperkende leefregel al wat ruimte om een keuze te maken voor een andere, betere reactie.

Vragen die jij jezelf kunt stellen om achter je beperkende leefregels te komen zijn:

  • Welke opdracht geef ik hier aan mezelf?
  • Wat MOET ik van mezelf om een negatief oordeel van mezelf of anderen te voorkomen?
  • Welke leefregels gebruik ik die me meer last dan voordeel bezorgt
  • Wat zeg ik tegen mezelf om te voorkomen dat er iets mis gaat?

Voorbeelden van beperkende leefregels:

  • Maak geen fouten
  • Wees perfect, doe je best
  • Kom voor jezelf op
  • Gebruik je tijd nuttig
  • Verberg je gevoelens
  • Houd mensen op afstand
  • Niet klagen maar dragen (en bidden om kracht)
  • Houd jezelf altijd onder controle
  • Vertrouw niemand
  • Wees sterk
  • Hang de vuile was niet buiten
  • Wees altijd aardig
  • Sta voor iedereen klaar
  • Uit geen kritiek
  • Het moet precies gaan zoals ik het wil
  • Vermijdt alle risico’s en onzekerheden
  • Neem de verantwoordelijkheid
  • Je moet jezelf redden en geen hulp zoeken
  • Onderdruk je gevoelens
  • Hou alles onder controle

Tot zover.

Ik hoop dat dit behulpzaam voor je is.

Volgende keer meer over ik-ben opvattingen of onze identiteiten, zoals ik ben vrouw, moeder etc